Competentie flexibiliteit: hoe train je flexibiliteit?

Astrid Willems aanpassingsvermogen

In dit artikel leg ik uit wat ik versta onder de competentie flexibiliteit. Vervolgens laat ik zien hoe je flexibiliteit kan vergroten met behulp van een aantal kerninzichten die ik over de jaren heb verzameld.

Flexibiliteit: natuurlijk aanpassingsvermogen

De definitie van flexibiliteit is aanpassingsvermogen. Je bent flexibel als je omschakelt naar een veranderde situatie zonder functioneringsproblemen. Met andere woorden: je aanvaardt de situatie zoals die is en je maakt er wat van.

Aanpassingsvermogen gaat voor een groot deel vanzelf. Je bent als baby ter wereld gekomen zonder enige kennis van taal. Je kon niet praten, laat staan lezen. Nu lees je dit artikel zonder moeite. Allemaal geleerd. Alsof het niks is. En waarom? Omdat iedereen het deed. Iedereen zat in het Nederlands tegen je aan te kletsen. Was je in China geboren, dan las je nu zonder moeite Chinees.

Dat is aanpassingsvermogen.

Deze competentie bezit je nog steeds. Dit is een welkome competentie want tijdens je leven verandert er continue van alles.

Alles verandert, alleen registreren we veel verandering niet

We zijn een constant proces van celsterfte en vernieuwing. Zo hebben we elke 6 maanden nieuwe nagels, elke 28 dagen een nieuwe buitenste huidlaag en elke 10 jaar nieuwe botten. Verandering is alom aanwezig alleen nemen we de meeste verandering niet waar omdat het geheel ongeveer gelijk blijft. Hier lees je meer over hoe wij ten prooi vallen aan onze ‘veranderblindheid’.

We zijn als mens niet uitgerust met de gave om de stroom van veranderingen in lichaam en omgeving bewust te registreren omdat bewuste waarneming beperkt is en selectief. Alles wat buiten onze bewuste selectie valt vullen we onbewust in. Dit doen we aan de hand van informatie waarover we al beschikken. Met andere woorden: we doen aan de lopende band aannames waarbij we gebruik maken van patronen die in ons systeem zijn opgeslagen.

Dankzij patroonvorming kunnen we complexe handelingen verrichten zonder daarvan uitgeput te raken. We varen op bestaande patronen, op automatismen. Zonder deze bestaande patronen zou elke dag een uitputtingsslag zijn. Stel je maar eens voor dat je elke dag opnieuw de taal moet leren.

Verandering is (tijds)intensiever dan herhaling

Bestaande patronen zijn door herhaling diep ingesleten en razendsnel, bijvoorbeeld onze moedertaal. Nieuwe patronen zijn nog niet ingesleten en daarom langzamer, bijvoorbeeld een vreemde taal. Het aanleren van nieuwe patronen vergt meer tijd dan herhaling van bestaande patronen. In de basis is dit waarom we weerstand ervaren bij veranderingen: verandering kost tijd want je kan niet (volledig) gebruik maken van bestaande, snelle patronen.

Weerstand is een vorm van spanning en spanning blokkeert flexibiliteit. Of, eigenlijk moet ik zeggen, overspanning blokkeert flexibiliteit. Ons autonome zenuwstelsel speelt een belangrijke rol in de mate van spanning die wij genereren. Het autonome zenuwstelsel regelt vitale functies van het lichaam zoals ademhaling, hartslag, spijsvertering, hormoonhuishouding en immuunsysteem. Het bestaat uit twee tegenovergestelde systemen die elkaar aanvullen: de parasympathicus en de sympathicus.

Kort gezegd is je parasympathicus je oplaadstand en je sympathicus je gaspedaal. Er is sprake van een dynamisch evenwicht. Als de een aanstaat, staat de ander uit. Een beetje als een wip.

Spanning zorgt ervoor dat we veranderingen als bedreiging ervaren

In ontspanning is onze parasympathicus geactiveerd. Dit betekent dat je oplaadt en regenereert. Tijdens inspanning is onze sympathicus geactiveerd. Dit betekent dat je energie verbruikt en dat je lichaam op spanning komt te staan. Onze sympathicus is verantwoordelijk voor de ‘fight & flight response‘.

Een overactieve sympathicus betekent een overspannen stress-systeem. Als je structureel te weinig of te laat terugschakelt naar je parasymphatische (ontspan) modus heeft dit gevolgen voor je hele systeem. Zo komt er te veel cortisol (stresshormoon) in je bloedbanen waardoor je op den duur minder melatonine (slaaphormoon) aanmaakt. Bij zo’n structurele disbalans is het zenuwstelsel in de veronderstelling dat er continue gevaar dreigt.

Met andere woorden, over(in)spanning tast je balans aan. De spanning die zich in lichaam en geest opbouwt zorgt ervoor dat je veranderingen als bedreiging ervaart in plaats van als een nieuwe mogelijkheid.

Stress is gezond zolang je evenredig kan ontstressen

Elke dag zijn er volop stressoren die je sympathicus activeren. Stressoren zijn in de basis niet erg, het zijn prikkels die je (geest) in beweging zetten. Mentale en fysieke inspanning leveren is gezond. Inspanning helpt bij een goede ontspanning. Je kent het vast wel dat je heerlijk slaapt na een dagje beuken? Maar misschien ken je ook dat je niet in slaap kan vallen omdat je niet terug kan schakelen, omdat je hoofd te actief is? In dat geval is je sympathicus te actief (je stresslevel te hoog) en dit is minder gezond.

Dus stressoren zijn gezond, inspanning is gezond zolang je de opgebouwde spanning ook weer af kan voeren, kan loslaten, en gemakkelijk terug kan keren naar ontspannen staat.

Menselijke energie werkt net als een batterij

Een interessante conclusie die je kan trekken aan de hand van de werking van het autonome zenuwstelsel is dat het scheiden van inspanning en ontspanning effectief is. Je werkt namelijk net als een batterij. Als alle plussen aan de ene kant staan en de minnen aan de andere kant dan is de batterij opgeladen. Als alles door elkaar loopt is de batterij leeg.

Bij ons: als die twee tegenovergestelde systemen in ons autonome zenuwstelsel optimaal functioneren, functioneer je als geheel optimaal. Het scheiden van inspanning en ontspanning en het bewust onderhouden van deze beide systemen komt je vitaliteit, flexibiliteit en veerkracht ten goede.

De netwerk- en informatiesamenleving zuigt energie (als je niet oppast)

Vroeger, voor de komst van de netwerk- en informatiesamenleving, was er een duidelijke scheiding tussen inspanning en ontspanning. De kaders waren vrij helder. Daardoor hebben we niet geleerd om zelf pauzes in te lassen aan de hand van signalen uit ons lichaam. We hebben geleerd om die signalen te onderdrukken en te wachten tot de bel gaat, of de klok 5 uur slaat. Ondertussen zijn er door allerlei ontwikkelingen in die pauzetijd actievere prikkels gekomen en de neiging is daar telkens op te reageren.

Verhoogde spanning is daarom aan de orde de dag. Dit is niet de schuld van ‘de maatschappij’. We kunnen tenslotte zelf onze balans bewaken en onze eigen kaders zetten. Maar het is wel een uitdaging, omdat we nooit bewust ontspanning hebben leren inbouwen. Ontspanning en rust staan namelijk niet op een voetstuk. Dit zien we niet als nuttig. Inspanning en druk wel.

Een goede balans tussen inspanning en ontspanning is voorwaarde voor flexibiliteit

Grenzen aangeven is een uitdaging omdat we geconditioneerd zijn ons schuldig te voelen als we niks doen. Te veel doen is, echter, misschien wel destructiever. Effectiviteit, productiviteit en belastbaarheid gedijen bij een goede balans tussen inspanning en ontspanning en niet bij een ongezonde focus op inspanning alleen. Dus luister naar de signalen van je lichaam. Put jezelf niet uit. Je zult zien dat als je fysiologisch in balans bent, je minder geneigd bent tot weerstand en sneller mogelijkheden ziet in een situatie, hoe veranderlijk die ook mag zijn.

Ik zet de inzichten hieronder op een rijtje:

  • Je bent een constant veranderend organisme in een constant veranderende omgeving
  • Waarneming is selectief
  • De meeste veranderingen registreer je niet
  • Je draait voor het overgrote deel op automatismen, op bestaande netwerken (patronen)
  • Een bestaand patroon is snel, een nieuw patroon is langzaam
  • Aanpassing gaat voor een groot deel vanzelf maar kost wel tijd
  • In ontspannen staat voel je je veilig en sta je open, dit komt je aanpassingsvermogen ten goede
  • In gespannen staat voel je je bedreigt en sta je niet open
  • Spanning (tijdig) loslaten helpt bij het bereiken en onderhouden van een ontspannen, open staat van zijn
  • Energie werkt als een batterij: als beide deelsystemen in je autonome zenuwstelsel goed functioneren, functioneer je als geheel optimaal
  • We zijn geconditioneerd om voorrang te geven aan inspanning (actie) boven ontspanning (rust)
  • Inspanning is gezond, structurele overinspanning is ongezond
  • Spanning loslaten is een belangrijke vaardigheid in de netwerk- en informatiesamenleving waarin we constant geprikkeld (op spanning gezet) worden

 

Astrid Willems competentie flexibiliteit

naar alle columns

 

 

terug naar startpagina